16/09/2017 - Focus op Interbellum (Eisler Trio)


€17.00
16/09/2017 - Focus op Interbellum (Eisler Trio)

Met heel veel plezier kondigen we vast aan dat op zaterdagavond 16 september het befaamde Eisler Trio in Zael komt spelen. Sopraan Bauwien van der Meer, cellist Joris van Haaften en gitarist Annedee Jaeger. Het fascinerende programma iIs gericht op het interbellum met onder meer werken van Hanns Eisler en Kurt Weill.

Hanns Eisler (1898-1962) is een uitermate boeiende componist , communist, leerling van Arnold Schönberg, vriend van Bertold Brecht, naar Amerika gevlucht voor Hitler, na de oorlog teruggekeerd naar de DDR waar hij de muziek voor het Oostduitse volkslied schreef. Hij is de verpersoonlijking van muzikaal verzet en nu naamgever van een schitterend trio.

Datum: zaterdag 16 september 2017
Zael open 19:30 met koffie, thee of een drankje

Kaarten
De toegang tot het concert is €17,- en €8 als je jonger dan 19 jaar bent. Je kunt de kaarten hier bovenaan bestellen maar ook afhalen bij Boekhandel Riemer Barth aan de Wheem in Meppel of aan de kassa.

Programma

Aanvang voorstelling - 20:00 uur

Laurindo Almeida (1917-1995)  Lobiana
Hanns Eisler (1898-1962) Ballade von den Säckeschmeißern
Über den Selbstmord
Ballade von der Judenhure Larghetto
An den kleinen Radioapparat Hotelzimmer 1942
Die Ballade vom Wasserrad
Jose Lezcano (1960) Tango-Fuga: A la tristeza de Buenos Aires


Pauze - 20:35 - 20:55 uur

Jaime Ovalle (1894-1955)  Azulão
Paurilo Barroso (1894 – 1968) Para niñar
Waldemar Henrique (1905-1995) Uirapuru
Kurt Weill (1900-1950) Nanna’s Lied
Wie lange noch?
Alain Mitéran Tango (liviana)
Heitor Villa-Lobos (1887-1959) uit Bachianas Brasileiras nr. 5: Dansa


Nagenieten - 21:50 - 22:30 uur

Sopraan Bauwien van der Meer, gitariste Annedee Jaeger en cellist Joris van Haaften vormen sinds 2011 het Eisler Trio. Zij richten zich op muziek uit het Interbellum, en voeren eigen bewerkingen uit van muziek van onder anderen Hanns Eisler, Kurt Weill en Heitor Villa-Lobos. In 2012 brachten ze hun eerste cd uit: Es wechseln die Zeiten.


Bauwien van der Meer
“Hoogtepunt was Ihr habt nun Traurigkeit, waarin sopraan Bauwien van der Meer ontroerde.” (NRC april 2014) Met deze woorden werd Bauwien van der Meer geprezen om haar vertolking van de sopraansolo in het Brahms Requiem, onder leiding van Ed Spanjaard, met de Philharmonie Zuidnederland. Andere goed besproken vertolkingen waren onder andere de titelrol uit Richard Ayres opera: The Cricket Recovers op het Holland Festival 2011, in een regie van Pierre Audi met het Asko/Schoenberg ensemble onder leiding van Etienne Siebens: “De theatrale en vocale kunsten van Bauwien van der Meer vallen op. De sopraan volhardt als krekel in prachtig uitgebeelde radeloosheid die aan het einde omslaat in lyrische nonchalance” en Mrs. Coyle in Britten's Owen Wingrave van Opera Trionfo. De Volkskrant: “De vrouw van Owens docent aan de academie straalt met de romige toon van Bauwien van der Meer warmte uit.” Trouw: “Uitstekend gezongen door Bauwien van der Meer”.

Bauwien van der Meer studeerde aan het Koninklijk Conservatorium bij Sasja Hunnego. Ze wordt tegenwoordig gecoacht door Gemma Visser en volgt lessen bij Margreet Honig. Haar Master behaalde ze aan de Nieuwe Opera Academie. Daar zong ze onder andere de titelrol in Händels Alcina, onder leiding van Richard Egarr. Met hem en harpiste Masumi Nagasawa gaf ze in juli 2014 een Haydn/Dussek concert op het festival oude muziek te Praag (SFEM) (“The lieder by Joseph Haydn and J. L. Dussek were very interesting and van der Meer showed in them her mastery of the genre. Her performance was based on perfect interpretation and deep comprehension of the lyrics which allowed her to embellish her rendition with many charming details.”)

Voor deelname aan de postmasteropleiding van het VocaalLAB (nu Silbersee) kreeg Bauwien een beurs van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Met dit ensemble heeft ze talloze wereldpremières gezongen en bijzondere muziektheaterproducties gemaakt, in binnen- en buitenland. Ter ere van de zeventigste verjaardag van Louis Andriessen zong Bauwien van der Meer in De Staat, met het Nederlands Blazers Ensemble onder leiding van Lucas Vis in het kader van de BBC Proms. Schönbergs Pierrot Lunaire voerde ze uit met Ensemble 88 (Deze uitvoering is integraal te zien op Youtube). In januari 2015 maakte Bauwien van der Meer haar debuut bij de Nationale Opera in de rol van Mdma Cortese in een bewerking tot familievoorstelling van Il Viaggio a Reims van Rossini: Reimsreisje. Naast zangeres van het Eisler Trio is zij de vaste sopraan van vocaal kwartet Quatre Bouches.


Annedee Jaeger
...studeerde klassiek gitaar aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam bij Theo Krumeich. In 1996 voltooide zij daar haar opleiding. Aan ditzelfde conservatorium volgde zij de bijvakken elektrisch gitaar bij Hans Kunneman en flamenco bij Eric Vaarzon Morel. Tot 2004 beoefende zij de flamenco onder leiding van Ricardo Mendeville. Tijdens haar studie deed ze een masterclass bij de gitarist Gilardino en volgde ze een cursus flamenco in Cordoba onder leiding van Paco Peña.

Sinds 1993 is Annedee Jaeger actief als uitvoerend musicus. Dat begon met het klassieke gitaartrio Idéfix. Sindsdien neemt zij deel aan verschillende ensembles en projecten (zoals het inspelen van de Douwe Egberts Grand Arome reclame) waarbij zij de weg van het klassieke repertoire is blijven volgen. Vanaf 1998 vormde ze met de bariton Ragnar van Linden van den Heuvell het Duo Toccante. Dit richtte zich vooral op het Spaanse repertoire met liederen van Manuel de Falla en Garcia Lorca. Twee jaar later vormde zij tevens een duo met Gerrie Jonker (fagot en fluit) waarbij zij zich specialiseerde in zowel de barokke periode als de hedendaagse muziek (met repertoire van Vivaldi tot Mitéran). Momenteel verzorgt zij optredens met een gitaartrio (Iris Tjong Kim Sang en Ferry van der Klaauw), waarmee zij onlangs een masterclass volgde bij John Mills.

Behalve als uitvoerend musicus is Annedee Jaeger verbonden als docent aan het muziekcollectief Fulco de Minstreel in IJsselstein en geeft zij privé-lessen thuis in Utrecht.

Joris van Haaften
...studeerde cello bij Nadia David en Michel Dispa aan de conservatoria van Amsterdam en Tilburg, waar hij in 2002 zijn tweede fase diploma behaalde. Daarnaast rondde hij in Delft zijn studie bouwkunde af. Sindsdien combineert hij beide disciplines.

Als cellist treedt hij op in verschillende kleinere ensembles, en bespeelt zowel de moderne als de barokcello. Ook treedt hij op met de violoncello piccolo.
Een terugkerend thema hierbij is de zoektocht naar bijzondere programmeringen met onbekend of vergeten, maar daarom niet minder boeiend repertoire. Hierin passeert hij regelmatig de grenzen van de traditionele klassieke muziek en maakt hij uitstapjes naar onder andere de wereldmuziek. Hij speelt graag hedendaags repertoire en heeft vele stukken uitgevoerd van Nederlandse componisten als Henriette Bosmans, Carl Oberstadt, Lex van Delden, Theo Loevendie, Daan Manneke en anderen.

Hij volgde masterclasses bij onder anderen György Kurtág, Colin Carr, Pieter Wispelwey en Radu Aldulescu. Hij maakte radio opnames en speelde kamermuziek op concerten in binnen- en buitenland.

CD Recensie uit Vrije Geluiden
In diesem Lande und in dieser Zeit (eigen uitgave) - Eisler Trio
Componist Hans Eisler is in kleine kring geroemd om zijn prachtlied An den kleinen Radioapparat. En natuurlijk om zijn vriendschap en samenwerking met Bertolt Brecht, samen goed voor strijdbare marsliederen en theatermuziek die jazz-invloeden koppelde aan socialistisch idealisme. Tegelijk - minder bekend - was Eisler de eerste leerling van Arnold Schönberg die diens twaalftoonsmuziek gebruikte - en ook weer verwierp. In de jaren ‘30 vluchtte Eisler naar de Verenigde Staten, waar hij filmmuziek schreef. Het Eisler Trio, bestaande uit sopraan Bauwien van der Meer, gitariste Annedee Jaeger en cellist Joris van Haaften, maakte een CD waarop liederen van Eisler (en zijn mooie, weemoedige Larghetto, hier door gitaar en cello gespeeld) worden gecombineerd met werk van o.a. Heitor Villa-Lobos. De wereldwijde crisis waarin de wereld verkeerde in de jaren’ 30 van de 20e eeuw zien de makers van de CD weerspiegeld in onze eigen tijd, wat aan de muziek, méér nog dan historisch interessant, een actueel en urgent karakter geeft.  AvN

In diesem Lande und in dieser Zeit
Dürfte es trübe Abende nicht geben,
auch hohe Brücken über die Flüsse,
Selbst die Stunden zwischen Nacht und Morgen
Und die ganze Winterzeit dazu,
das ist gefährlich.
Denn angesichts dieses Elends
Werfen die Menschen in einem Augenblick 
Ihr unerträgliches Leben fort.

Over Hanns Eisler
Eislers ‘Werdegang' als componist had bijna vanzelfsprekend zijn wortels in het gezin Eisler, met daarin een prominente plaats voor vader Rudolf, een filosoof. Maar er waren ook de verwondingen die Hanns tijdens de Eerste Wereldoorlog als gewoon soldaat opliep aan het front, zijn eerste echte kennismaking met de verschrikkingen van de oorlog.

In deze tekst en onderstaande teksten hebben wij uitgebreid geciteerd uit een CD recensie van Aart van der Wal  over de CD In diesem Lande und in diezer Zeit van december 2016 in Opus Klassiek. https://www.opusklassiek.nl/cd-recensies/cd-aw/eisler03.htm

Dan was er in Wenen (de Eislers waren er al in 1901 naar verhuisd) Arnold Schönberg die Eisler, zijn eerste leerling, vertrouwd maakte met de twaalftoonstechniek. In 1925 vestigde Eisler zich in Berlijn, toen een ware broedplaats voor allerlei experimentele kunstvormen maar ook een bolwerk van uiteenlopende politieke stromingen.

Hij voelde zich daar in de Duitse hoofdstad al snel thuis bij het communisme, al zou hij nooit lid worden van de Communistische Partij. Het was in die tijd dat zijn voorkeur uitging naar ‘eenvoudige', aan politieke thema's ontleende muziek, die voor iedereen niet alleen te begrijpen maar ook te voelen was. Muziek met een politieke lading waarmee hij zoveel mogelijk mensen wilde bereiken.

Daarmee werd een ‘hogere' kunstvorm ingewisseld tegen populaire (anderen zouden zeggen platvloerse) stijlelementen, een ontwikkeling die zijn vroegere leraar Schönberg wel met lede ogen aan moest zien. Voor Eisler was daarmee tevens de stap gezet naar het Marxistische kamp van Bertolt Brecht, waartoe onder meer Ernst Bisch, Erich Weinert en Kurt Weill behoorden.

Brecht schreef zijn oproerige teksten voor het theater en ook Eisler leverde daarvoor de muziek. Zo ontstonden in het begin van de jaren dertig tegen de gevestigde orde indruisende theaterstukken als ‘Massnahme' en ‘Die Mutter', maar ook een reeks protestliederen die in de politieke chaos tijdens de laatste stuiptrekkingen van de Weimar-republiek een vruchtbare voedingsbodem vonden.

Nieuwe verten
In 1933 verliet Eisler Duitsland, ging eerst naar Brecht die zich inmiddels in Denemarken had gevestigd, en trok vervolgens naar Spanje. In 1936 verhuisde hij naar Amerika, waar hij al snel weer ging componeren. Hij schreef onder meer filmmuziek voor het Hollywood-conglomeraat en bouwde er een lucratief bestaan mee op. Daar, in het zonnige Los Angeles, leken de Berlijnse strijdliederen voor de massa's vergeten, leek de noodzaak van 'eenvoudige' muziek voor 'gewone' mensen nogal ver weg. Hij nam Schönbergs twaalftoonssyteem weer ter hand, mogelijk daartoe nog eens aangespoord door Schönberg zelf, die eveneens in Los Angeles was neergestreken, een van de velen die hun land onder het nazi-juk ontvlucht waren.

Zwarte lijst
Het was de Koude Oorlog die een forse streep door Eislers rekening haalde en een florissante toekomst in Amerika voorgoed afknelde. Hij was een van de vele slachtoffers van de alom in Amerika om zich heen grijpende, door paranoïde denkbeelden ingegeven communistenjacht. Toen de hel losbrak werd Eisler al snel door de filmmakers in Hollywood op de zwarte lijst geplaatst en moest hij zich bij het ‘House Committee on Un-American Activities' (HCUA of HUAC), een commissie van het Huis van Afgevaardigden, verantwoorden (klik hier voor videobeelden van de hoorzitting).

Daar werd hij niet alleen gebrandmerkt als de ‘Karl Marx van de muziek' maar ook als de belangrijkste spion van de Sovjets in Hollywood. Het waren volkomen idiote beschuldigingen, maar ze waren er; en dat telde. Grote namen (Stravinsky, Copland, Bernstein, Chaplin en anderen) die voor hem in de bres waren gesprongen konden niet verhinderen dat hij als ‘ongewenst persoon' in 1948 zijn boeltje moest pakken en het land verlaten.

Naar Berlijn 
Hij vertrok naar Wenen en vestigde zich in 1950 weer in Berlijn, dat er na een wereldoorlog en onder een ander bewind ook in cultureel opzicht bepaald anders uitzag. Daar nam hij zijn oude ‘stiel' toch weer op, ging weer typische volksliederen componeren. Hij leek weer terug te zijn bij waar hij in de jaren dertig was gebleven, schiep ‘scharfe, präzise Musik die sich gewiss an Gefühle wendet, aber sie zu reinigen versucht'. In zekere zin was het voor hem ook een protest tegen het voortsluipende ‘aufgeblasene, schwülstige neoklassizistische Musizieren'.

Eisler componeerde in die tijd ook het officiële volkslied van de DDR, onder de veelzeggende titel ‘Auferstanden aus Ruinen':

Herrezen uit ruïnes en gekeerd naar de toekomst, 
Laat ons jou ten goede dienen, Duitsland, verenigd vaderland. 
Oude nood moeten wij bedwingen, en we bedwingen haar gezamenlijk, 
Want het moet ons toch lukken, dat de zon mooi als nooit tevoren, 
Over Duitsland schijnt.

Moge geluk en vrede gegund zijn aan Duitsland, ons vaderland. 
De hele wereld smacht naar vrede, reikt de volkeren uw hand. 
Als we broederlijk verenigen, zullen we de vijand van het volk verslaan. 
Laat het licht van de vrede schijnen, zodat een moeder nooit meer 
Haar zoon beweent. Laten we ploegen, laten we bouwen, leer en werk als nooit tevoren, 
En vertrouwend op onze eigen kracht, zal een vrije generatie opstaan. 
Duitse jeugd, het beste streven van ons volk in jou verenigd, 
Zul jij Duitslands nieuwe leven zijn. Zodat de zon, mooier dan ooit tevoren, 
Over Duitsland schijnt.

Bitter
Er kwamen speciaal voor het cabaret geschreven liederen op teksten van de satiricus Kurt Tucholsky (die qua teneur veel weg hadden van die van Karl Kraus in Wenen). Hij schreef muziek voor de film en later ook voor de televisie, waarbij zijn in Hollywood opgedane ervaringen hem zeker van pas kwamen. Eisler begon welgemoed zelfs aan een opera op het bekende Faust-thema, maar die ten slotte kwam niet door de censuur heen.

Eisler moet het als bitter hebben ervaren dat hij, na wat hem in Amerika was overkomen, ook in Berlijn op hoorzittingen moest verschijnen om daar te moeten getuigen van zijn politieke loyaliteit als staatsburger van de DDR. Het is daarna niet meer goed gekomen. Hij bleef weliswaar als compositieleraar verbonden aan het conservatorium in (Oost)Berlijn, maar met de machthebbers boterde het niet echt in het laatste decennium van zijn aardse bestaan.

Het overlijden van Brecht in 1956, tevens het jaar van de Hongaarse opstand, raakte hem diep en deed zijn toch al wankele gemoedstoestand en gezondheid geen goed. Stephanie Wolfs, met wie Eisler sinds 1957 was getrouwd, heeft hem tot het laatst verzorgd. Hij overleed op 6 september 1962 en werd begraven op het kerkhof van Dorotheenstadt, op een steenworp afstand van het graf van Brecht.

Gelaagde muziek 
In het cd-boekje wordt terecht opgemerkt dat Hanns Eisler altijd in de schaduw is blijven staan van de meer opportunistische Kurt Weill. Mogelijk houdt dit mede verband met zowel Eislers verschillende stijlperioden als met een zekere sombere en kale inslag waarin de wel degelijk aanwezige dichterlijke elementen pas na herhaald beluisteren aan de oppervlakte treden. Eislers muziek is dus wel degelijk gelaagd. Bovendien, zijn levenspad en de zich daarin voorgedane politieke en sociale ontwikkelingen zijn daarmee altijd sterk verbonden geweest. Eislers muziek kan daarom niet los worden gezien van zijn tijd, mist daardoor het universele karakter. Alleen al de door hem gebruikte teksten spreken wat dit betreft boekdelen (al zijn repressie, vervolging en bestraffing van alle tijden).


Kurt Weill met Lotte Lenya

Somber
Eisler was niet bepaald de man van de vrolijke noot, zoals ook blijkt uit ‘The Hollywood Songbook' Hij had een uitgesproken sombere kijk op de uitwassen van het mensdom en daarin verschilde hij niet van Brecht. Een willekeurige greep uit de titels voor deze liedcyclus: Gedenktafel für 4000 Soldaten die im Krieg gegen Norwegen versenkt wurden; Auf der Flucht; Die Maske des Bösen, Epitaph auf in der Flandernschaft Gefallenen en Panzerschlacht. Maar Eisler was ook de man die huiselijke en sociaal getinte taferelen scherp wist te karakteriseren, getuige An den kleinen Radioapparat. Zoals sommige teksten op het lijf zijn geschreven van de banneling Eisler ( Die Landschaft des Exils). Hoewel in het vrije Amerika geschreven, zijn en blijven onrecht, noodlot en zelfs verdoemenis belangrijke basisingrediënten voor Eislers componeren. Al monden ze daar dan niet uit in protestliederen.

Protest
Muzikaal verzet, dat spreekt uit de Deutsche Symphonie. In juli 1935 schreef Eisler aan Brecht dat hij voor de symfonie een veelzeggend bijschrift had bedacht: Konzentrationslagersymphonie. Hij gaf daarmee zijn protest tegen het massale lijden onder de dictatuur van de nazi-horden muzikaal vorm. Met behulp van twaalftoonsreeksen en rechtstreekse citaten (o.a. uit de Internationale!) wordt de bij tijd en wijle brallende en tierende kolos op niets verhullende wijze opgetuigd. Schrille koperfanfares, militaire marsmuziek, een treurmars symboliseren de ingrediënten van een catastrofe, maar er is ook een heuse 'arbeiderscantate' (Das Lied vom Klassenfeind, op tekst van Brecht). Het geschetste collectieve beeld krijgt zijdelings echter ook individualistische contouren. Wat niet wegneemt dat het herhaaldelijk uitmondt in emotioneel kitscherige programmamuziek. Niet omdat hij niet anders had kunnen schrijven, maar omdat Eisler nu eenmaal onverbloemd kiest voor de muzikale weergave van de rauwe werkelijkheid, daarbij uiteraard geholpen door door en door realistische teksten. Het universele karakter van het massale lijden raakt daardoor weliswaar meer op de achtergrond, maar die 'Deutsche Symphonie' hamert dat afschuwelijke tijdsbeeld van toen er wel degelijk en nogal hardhandig in, al is de gepresenteerde overvloed hier duidelijk de vijand van een uitgebalanceerde structuur die bijna als vanzelfsprekend daardoor ook zijn emotionele grenzen stelt. Het is een valkuil waarook Sjostakovitsj herhaaldelijk in is gelopen.


Eisler Trio
Dit is de tweede cd van het Eisler Trio. De eerst verscheen geruime tijd geleden, in 2012, met eveneens eigen bewerkingen van muziek uit het interbellum, van componisten als Eisler, Weill, Albéniz en Almeida. Waarom we deze cd niet hebben besproken weet ik niet, maar zeker na het beluisteren van deze tweede uitgave voel ik het als een ernstige omissie. Reden te meer om hier uit te leggen hoe het Eisler Trio voor dit met veel zorg samengestelde programma te werk is gegaan.

Vrijwel alle stukken op deze nieuwe cd werden oorspronkelijk voor een andere bezetting geschreven en dus moesten ze worden bewerkt voor de bezetting sopraan, gitaar en cello. Het fundament daarvoor werd gelegd door Annedee Jaeger, de gitariste van het trio. Zij domineert de harmonische en ritmische basis van het ensemble en daarom werd tijdens het repetitieproces werd haar inbreng voor het verdere verloop als uitgangsbasis genomen. Wie overigens iets tegen bewerkingen in het algemeen heeft kan ik verzekeren dat die in de jaren dertig van de vorige eeuw zeker niet ongebruikelijk waren: in de cafés, restaurants en theaters kon de bezetting sterk wisselen en moest de muziek worden aangepast aan de bezetting die op dat moment en op die plaats voorhanden was.

Kruisbestuivingen
Niet alleen de muziek van Eisler wordt door dit trio in het zonnetje gezet, maar ook andere componisten komen aan bod. Dat zijn bepaald geen toevalstreffers. Kurt Weill lag voor de hand, maar Villa-Lobos zeker niet. Toch is die keus goed verklaarbaar. Hij is niet alleen een tijdgenoot van Eisler, maar hij schreef ook voor zangstem en gitaar, het ‘nationale' instrument van zijn geboorteland Brazilië. Villa-Lobos was zelf gitarist (en cellist). Het trio ontdekte meer kruisbestuivingen. Zo werden Eisler en Weill beïnvloed door de populaire Zuid-Amerikaanse muziek, terwijl Villa-Lobos de blik juist richtte op het Europa van Bach. En bovendien in een tijd dat zowel Europa als Zuid-Amerika in een diepe crisis verkeerde. Het trio zag die duidelijk weerspiegeld in onze tijd. In hun eigen woorden: ‘Ook nu is er sprake van een wereldwijde crisis, op zowel economisch als humanitair vlak, die van ons allen vraagt om stelling te nemen, net als Eisler en Brecht destijds deden. Vandaar ook de titel “In diesem Lande, in dieser Zeit” [de openingszin van ‘Uber den Selbstmord', Avdw].'

Het in 2011 opgerichte Eisler Trio in een ongebruikelijke maar buitengewoon kleurrijke bezetting voelt zich duidelijk met hart en hoofd met deze 'entartete' muziek verbonden. Dictators en repressieve regimes zijn er overal, onverschillig of het lot in Brazilië of in Europa valt. Dat lot met alle gevolgen vandien wordt door deze zich boven alle conventionele regels uitwaaierende muziek in een schril daglicht gesteld, al zal niemand het gevoel en aandacht voor het kleine, het intieme, het menselijke van huis en haard ontgaan. Het is een panorama dat ook na herbeluistering zelfs aan diepte wint en zich daardoor niet gemakkelijk opzij laat zetten. Het gaat door merg en been, deze muziek die tevens symboliseert dat ondrukking en vervolging nooit echt weg zijn geweest en als perpetuum de samenlevingen blijven vergiftigen. Dit is geen muziek die pleisters op de wonden plakt, maar er juist vanaf trekt. We voelen de open wond die door dit trio op zeldzaam muzikale wijze indringend zichtbaar wordt gemaakt.


Paul Herruer in Dagblad Noorden

Andere producten